Mag u uw product nog “groen” of “klimaatneutraal” noemen? Vanaf 27 september 2026 waarschijnlijk niet meer – tenzij u dat hard kunt maken. De Wet van 22 juli 2026 scherpt de spelregels rond milieuclaims en duurzaamheidslabels aanzienlijk aan. Hieronder zetten wij de belangrijkste gevolgen voor u op een rij.
Waarom nu?
De Europese richtlijn wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie (Richtlijn (EU) 2024/825, beter bekend als de EmpCo-richtlijn) verplicht alle EU-lidstaten om greenwashing strenger aan te pakken. België heeft die richtlijn omgezet via de Wet van 22 juli 2026, die het Wetboek van economisch recht op twee fronten wijzigt: enerzijds komen er nieuwe definities en begrippen (Boek I), anderzijds worden de regels over misleidende en verboden handelspraktijken aangescherpt (Boek VI). De Belgische wetgever heeft dicht bij de richtlijntekst gebleven, wat betekent dat gelijkaardige regels in de hele EU zullen gelden.
Vijf nieuwe absolute verboden voor milieucommunicatie
De wet voegt een reeks praktijken toe aan de zwarte lijst van artikel VI.100 van het Wetboek van economisch recht. Deze zijn in alle omstandigheden verboden: de consument hoeft niet aan te tonen dat hij erdoor misleid is. De vijf kernverboden:
- Niet-gecertificeerde duurzaamheidslabels. Vrijwillige keurmerken mogen voortaan enkel worden gebruikt als zij zijn ingesteld door een overheidsinstantie, of als zij steunen op een erkend certificeringssysteem met onafhankelijke verificatie, openbare criteria en voldoende transparantie. Door een overheid ingestelde labels (zoals het EU-milieukeur of het energielabel) vallen buiten het verbod. Een zelfverzonnen logo met een groen blaadje volstaat hoe dan ook niet meer.
- Vage groene slogans. Termen als “milieuvriendelijk”, “groen” of “eco” vallen onder het per-se-verbod wanneer de onderneming niet kan aantonen dat het product erkende uitstekende milieuprestaties levert (bijv. het EU-milieukeur). Een claim is ook generiek (en dus verboden) wanneer de specificatie ervan niet in duidelijke en opvallende bewoordingen op hetzelfde medium als de claim staat (bijv. de verpakking, website of advertentie). Wie de claim ter plaatse voldoende specificeert, ontkomt aan het per-se-verbod maar kan nog steeds getoetst worden aan de algemene regels inzake misleidende handelspraktijken (art. VI.97).
- Milieuclaims die slechts een deelaspect dekken. Een product als “gemaakt van gerecycleerd materiaal” bestempelen terwijl enkel de verpakking gerecycleerd is, of suggereren dat de hele bedrijfsvoering op hernieuwbare energie draait terwijl dat slechts voor een fractie geldt – denk aan een oliemaatschappij die één klein circulair project uitlicht als visitekaartje voor het hele bedrijf – het is verboden.
- “CO₂-neutraal” op basis van compensatie. Het is voortaan verboden te beweren dat een product een neutrale, verminderde of positieve impact heeft op het vlak van broeikasgasemissies wanneer die claim geheel of gedeeltelijk steunt op de compensatie (offsetting) van emissies buiten de waardeketen van het product. Claims als “koolstofneutraal” of “klimaatpositief” die berusten op het financieren van boomplantprojecten zijn hiermee in feite uitgesloten. Communiceren over werkelijke emissiereducties in de eigen productieketen blijft wel toegelaten, mits onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens.
- Wettelijke verplichtingen als pluspunt presenteren. Wie een eigenschap die al voor alle concurrenten verplicht is, voorstelt als een onderscheidend voordeel, riskeert eveneens sancties.
Twee nieuwe categorieën misleidende praktijken
Naast de absolute verboden breidt de wet ook de lijst van misleidende handelingen uit (art. VI.98). Anders dan bij de zwarte lijst wordt hier wél per geval getoetst of de gemiddelde consument misleid kan worden:
- Beloftes zonder plan. Claims over toekomstige milieuprestaties (“klimaatneutraal tegen 2040”) zijn misleidend tenzij zij worden ondersteund door duidelijke, objectieve, openbaar beschikbare en verifieerbare verbintenissen en doelstellingen, vergezeld van een onafhankelijk monitoringsysteem. De overwegingen bij de richtlijn verduidelijken dat dit in de praktijk neerkomt op een gedetailleerd en realistisch implementatieplan met meetbare tussentijdse doelen en onafhankelijke verificatie.
- Reclame voor irrelevante voordelen. Het is misleidend om voordelen voor consumenten te adverteren die niet relevant zijn en niet voortvloeien uit een kenmerk van het product of de bedrijfsactiviteit: denk aan flessenwater dat als “glutenvrij” wordt aangeprezen. Dit bestrijkt situaties waarin een op zich waar, maar volkomen irrelevant kenmerk als verkoopargument wordt ingezet.
Nieuwe verplichtingen rond duurzaamheid en repareerbaarheid
De wet richt zich niet alleen op reclameclaims. Ook de feitelijke duurzaamheid van producten en de informatie die consumenten daarover krijgen, worden aangescherpt.
Zwarte lijst. De volgende praktijken rond productduurzaamheid zijn voortaan in alle omstandigheden verboden:
- het verzwijgen dat een software-update de werking verslechtert van goederen met digitale elementen;
- een software-update voorstellen als noodzakelijk voor conformiteit terwijl zij enkel de functionaliteit verbetert;
- commercieel communiceren over een product waarvan de handelaar weet dat het een ingebouwde beperking van de levensduur bevat;
- onterecht beweren dat een goed een bepaalde duurzaamheid (gebruiksduur of -intensiteit) heeft;
- een product voorstellen als herstelbaar wanneer het dat niet is;
- consumenten aanzetten om verbruiksgoederen eerder dan technisch noodzakelijk te vervangen of aan te vullen;
- informatie achterhouden over de verminderde werking bij gebruik van niet-originele onderdelen of accessoires.
Meer precontractuele informatie vóór de aankoop. Ondernemingen moeten vóór het sluiten van een consumentenovereenkomst voortaan ook de volgende informatie verstrekken – niet enkel in de algemene voorwaarden, maar op productpagina’s, in het bestelproces en aan het verkooppunt:
- de repareerbaarheidsscore van het product, indien beschikbaar;
- bij gebrek aan een repareerbaarheidsscore: de door de producent verstrekte reparatie-informatie (beschikbaarheid, kostprijs en bestelprocedure van reserveonderdelen, onderhouds- en reparatie-instructies, en eventuele reparatiebeperkingen);
- de minimumperiode voor software-updates voor goederen met digitale elementen, digitale inhoud of digitale diensten;
- het bestaan en de duur van een commerciële duurzaamheidsgarantie van de producent die zonder bijkomende kosten wordt aangeboden, het volledige product dekt en langer dan twee jaar loopt;
- een geharmoniseerde mededeling over de wettelijke conformiteitsgarantie (minimaal twee jaar);
- in voorkomend geval, een geharmoniseerd label voor de commerciële duurzaamheidsgarantie.
Wie is betrokken?
De nieuwe regels gelden rechtstreeks voor B2C-handelspraktijken. Toch zullen ook B2B-leveranciers de impact voelen: zij leveren immers vaak de gegevens en materialen waarop milieuclaims en labels steunen. In de praktijk mogen ondernemingen verwachten dat afnemers de onderbouwingsverplichtingen contractueel doorschuiven naar hun leveranciers en toeleveranciers. Bovendien is B2B-greenwashing ook los van deze wet al aanvechtbaar via de bestaande regels inzake misleidende B2B-reclame (art. VI.105 WER) en de stakingsvordering: het risico beperkt zich dus niet tot de consumentenrelatie.
Handhaving en sancties
De Wet van 22 juli 2026 treedt in werking op 27 september 2026. Handhaving verloopt via de bestaande instrumenten van het Wetboek van economisch recht: de Economische Inspectie kan optreden, en concurrenten of consumenten kunnen een stakingsvordering instellen bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. De mogelijke sancties omvatten bevelen tot staking, strafrechtelijke geldboetes, minnelijke schikkingen met de Economische Inspectie, en schadevergoeding. Voor goederen die vóór 27 september 2026 zijn geproduceerd, verpakt of op de markt gebracht, geldt een beperkte overgangsmaatregel van zes maanden. Dat biedt echter geen volledig vangnet: ook tijdens de overgangsperiode zijn concurrentievorderingen en consumentenklachten mogelijk.
Wat kunt u nu al doen? Een praktische checklist
- Audit uw bestaande claims. Breng alle milieugerelateerde uitingen in kaart (op verpakkingen, websites, sociale media, offertes en reclame) en toets ze aan de nieuwe verboden.
- Controleer uw labels. Gaat het om een erkend certificeringssysteem met onafhankelijke verificatie? Zo niet, dan moet het label worden aangepast of verwijderd.
- Onderbouw of schrap. Generieke slogans die u niet met harde feiten kunt staven, moeten verdwijnen of worden vervangen door specifieke, verifieerbare claims die op hetzelfde medium worden uitgelegd.
- Herbekijk offset-claims. Steunt uw klimaatneutraliteitsclaim op de compensatie van broeikasgasemissies? Dan is zij onder de nieuwe wet verboden. Richt de communicatie op werkelijke emissiereducties in uw eigen waardeketen.
- Stem juridische en marketingteams op elkaar af. De nieuwe regels raken zowel compliance, communicatie als inkoop. Zorg dat alle betrokken afdelingen dezelfde richtlijnen hanteren.
- Actualiseer uw B2B-contracten. Verwerk de onderbouwingsverplichtingen in leverancierscontracten en inkoopvoorwaarden, zodat u zich kunt beroepen op de gegevens die u van uw toeleveranciers ontvangt.
- Pas precontractuele informatie aan. Controleer of uw productpagina’s en verkooppunten alle nieuwe verplichte informatie bevatten (repareerbaarheidsscore, reserveonderdelen, software-updates, garantieduur).
Tot slot
Strengere regels hoeven niet te leiden tot radiostilte over duurzaamheid. Ondernemingen die hun groene communicatie tijdig doorlichten en onderbouwen, versterken juist hun geloofwaardigheid en verminderen het risico op boetes, stakingsvorderingen en reputatieschade. Wie nu handelt, heeft een concurrentievoordeel op 27 september 2026. Als praktische leidraad kunnen ondernemingen ook de Guidelines Milieuclaims van de FOD Economie (Praktische-gids-Goede-praktijken-inzake-milieuclaims.pdf) raadplegen, die concrete handvatten bieden voor het correct formuleren van milieugerelateerde uitingen.
The content of this article is intended to provide a general guide to the subject matter. Specialist advice should be sought about your specific circumstances.
[View Source]